Zuidhorn

Zuidhorn

Facebooktwittergoogle_pluspinterestFacebooktwittergoogle_pluspinterestby feather

Plaatsnaambord Zuidhorn 1068x360

Het dorp Zuidhorn is het grootste dorp in de gemeente Zuidhorn. Zuidhorn en het noordelijker gelegen Noordhorn zijn ontstaan in een gebied waar de zee vroeger af en toe over het land kwam en vruchtbaar slib afzette. De kern van beide dorpen ligt op een tot 5 meter hoge zand-keileemrug van ongeveer 5 kilometer bij 1 kilometer uit de voorlaatste ijstijd (ca. 200.000 v.Chr.) die in Zuidhorn de naam De Gast draagt (van -geest, sinds de jaren 1990 beschermd dorpsgezicht) en die het leven hier mogelijk maakte als bescherming tegen overstromingen. De toevoeging -horn betekent hier “hoek” (van de rug). Uit opgravingen blijkt dat de eerste bewoning plaatsvond in de steentijd. In 1338 wordt er gesproken van ‘Horum’. Zuidhorn wordt in 1392 voor het eerst genoemd in verschillende oorkonden in de varianten ‘Zuethorm’, ‘Zuedhorm’, ‘Suthorum’ en ‘Suthuru’. De namen ‘Zuithoren en Noirthoren’ komen voor het eerst gezamenlijk voor in een document uit 1398. Lange tijd was Noordhorn de grootste kern. Tegenwoordig worden Noord- en Zuidhorn gescheiden door het Van Starkenborghkanaal. 

“Faansche Gruwelen” van 1731

In 1731 vond in Zuidhorn een grote publiekelijke executie plaats van 22 mannen die zich zouden hebben bezondigd aan de ‘goddeloze praktijk’ van de ‘sodomie/crimen nefandum’ (homoseksuele activiteiten). Deze executie was onderdeel van een landelijke actiecampagne tegen ‘ketterijen’ en de heksenjacht op ‘sodomieten’ was ontstaan door het politieke manifest Helsche Boosheyt of grouwelycke sonde van Sodomie van predikant Bijler uit Niekerk, die vond dat dergelijke zonden moesten worden bestraft volgens de wetten van Mozes uit het Bijbelse Oude Testament. De jacht op ‘zondaars’ werd daarop geopend door grietman Rudolf de Mepsche die het bestuur vormde op het Huis Bijma in Faan, die zich had laten overtuigen. Door grootschalige marteling van arrestanten (pijnbank, beenijzers en voetijzers) werden nieuwe namen verkregen. Vooral Mepsche, die in de jaren ervoor was gemarginaliseerd bij het verkrijgen van bestuurlijke posten, greep de kans aan om politieke tegenstanders op te laten pakken. Grote aantallen mensen uit Noordhorn en Zuidhorn werden aangeklaagd en gemarteld. Sommige hooggeplaatsten vluchtten naar Groningen, maar ook daar werden sommigen opgepakt en gemarteld. Twee personen werden doodgemarteld. Uiteindelijk werden 22 galgen opgericht aan de Westergast in Zuidhorn en op 24 september 1731 werden de veroordeelden gewurgd en vervolgens verbrand op brandstapels. Deze rechtsgang, waartegen geen enkele inspraak mogelijk was, vormde een zwarte dag in de geschiedenis. Nadien werden de regels voor grietmannen aangescherpt, zodat beroep tegen de uitspraken van grietmannen mogelijk werd. Mepsche werd vervolgd, maar nooit veroordeeld. Zijn pogingen om bezittingen van een aantal welgestelde veroordeelden te verkrijgen (vooral van zijn tegenstander jonker Clant uit Zuidhorn) maakten hem tot een van de meest gehate personen onder de bevolking en andere bestuurders. Hij stierf uiteindelijk met vele schulden.