Oldambt

Oldambt

Facebooktwittergoogle_pluspinterestFacebooktwittergoogle_pluspinterestby feather

Plaatsnaambord Oldambt 1068x360De gemeente Oldambt is een fusiegemeente van de Winschoten, Scheemda en Reiderland. De meest bekende plaats van deze gemeente is de stad Winschoten. De oorsprong van de naam Winschoten is omstreden. Volgens de kroniek van Mariëngaarde werd het klooster van Heiligerlee in 1231 gesticht in het dorp Asterle, dat gelegen was tussen Westerlee en Winsewida. Met Winsewida wordt kennelijk Winschoten bedoeld, waardoor deze plaats samen met Onstwedde, Vlagtwedde, Ulsda en Bunde (Duitsland) tot de oudste plaatsen in de omgeving kan worden gerekend. Al deze plaatsen hebben namelijk de uitgang -widu (‘bos, hout’) in hun naam. De oorsprong van Winschoten ligt misschien op het hoogste punt van De Garst, een oude kleileemrug. Op grond van het onregelmatige verkavelingspatroon kan worden vermoed dat hier al vóór de 11e of 12e eeuw een nederzetting is ontstaan. De bakstenen Sint-Vituskerk aan het Marktplein dateert uit het laatst van de 13e eeuw (rond 1275), maar had mogelijk al een oudere voorganger. Volgens een document uit 1474 berustte de voogdij over de kerk van Winschoten bij de abt van de abdij van Corvey aan de Weser, waar de relieken van Sint Vitus werden bewaard. Aangezien dit klooster eerder betrokken was bij de kerstening van Westerwolde en het Emsland, mag worden aangenomen dat Winschoten oorspronkelijk nauwe banden had met Westerwolde en dat de eerste bewoners wellicht uit dit gebied kwamen. De dorpskern was niet ver verwijderd van het riviertje de Rensel, dat bij Westerlee in het hoogveen ontsprong en in de omgeving van Winschoterzijl in de Pekel A uitmondde.

Winschoten behoorde tot het middeleeuwse landschap Reiderland, maar viel samen met Westerlee, Heiligerlee, Beerta, Ulsda, Blijham en Bellingwolde onder het bisdom Osnabrück, waartoe ook Westerwolde werd gerekend. Dit in tegenstelling tot de rest van Reiderland, dat onder het bisdom Münster viel. Winschoten was tevens de hoofdplaats van een afzonderlijk rechtsdistrict in het Reiderland, dat ook wel Ulsder Vijfdedeel werd genoemd. Vanwege de enorme afstanden liet de abt van abdij van Corvey de rechten die hij in Winschoten en Westerwolde bezat vanaf de 14e eeuw waarnemen door de hoofdelingenfamilie Addinga te Wedde, wier voorouders uit het Reiderland afkomstig waren.

Winschoten maakte na de slag bij Heiligerlee (1568) tot aan 1580 weinig bijzonderheden mee. In 1580 ging de stadhouder van Groningen, Rennenberg, over tot de Spaanse zijde en tot aan 1594 vonden herhaaldelijk schermutselingen plaats in en rondom Winschoten. In 1593 werd de plaats door graaf Willem Lodewijk van Nassau op de Spanjaarden veroverd, maar werd in hetzelfde jaar heroverd door Spaanse troepen onder graaf Frederik van den Berg. Bij die gelegenheid werd de kerk te Winschoten tegen de Spanjaarden verdedigd door een sergeant Johan Moda. In 1594 viel de gehele provincie in handen van Staatse troepen. In 1624 werd Winschoten nogmaals door Spaanse troepen veroverd en verbrand.

Winschoten werd in het rampjaar 1672 door de troepen van Bernhard van Galen, de bisschop van Münster, veroverd zonder tegenstand. Later in dat jaar werd een veldslag geleverd doordat Groningse troepen Winschoten heroverden. De Groningse troepen onder kolonel Jorman wonnen de slag, veroverden de schans in Winschoterzijl en ook de Wedderborg. De Groningers waren nog niet van de Munsterse troepen af: in maart 1674 werden Winschoten en omringende plaatsen nogmaals geplunderd. Economisch stelde Winschoten in de zeventiende eeuw nog niet zoveel voor. Met het doortrekken van het Schuitendiep (Winschoterdiep) in 1653 werd Winschoten al enigszins ontsloten. De Rensel werd gekanaliseerd en er werden betere wegen aangelegd. Pas in de achttiende eeuw begon de bloei en welvaart wat toe te nemen, om een voorlopig hoogtepunt te bereiken in de negentiende eeuw, nadat de stad in 1825 stadsrechten werden verleend door koning Willem I. De stad groeide vanaf die tijd uit tot het centrum van Oost-Groningen.

Winschoten werd in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw een echte handelsstad, mede door de aanwezigheid van vele Joden. Ook speelde de aanleg van een spoorweg naar Groningen in 1867 een grote rol. De geschiedenis van Winschoten kent een zeer zwarte bladzijde door het afvoeren van de Joden in de Tweede Wereldoorlog, die nagenoeg alle werden vermoord in concentratiekampen. Winschoten werd in 1945 bevrijd door Belgische SAS, Canadese en Poolse troepen.

Op 12 mei 2004 is een start gemaakt met het project Blauwestad, dat de (inmiddels gefuseerde) gemeenten Winschoten, Scheemda en Reiderland verbindt. Het nieuw aangelegde meer waaraan Blauwestad ligt wordt het Oldambtmeer genoemd. Aandachtstrekker voor Blauwe Stad is “De Rups”, die dient als informatiepunt voor geïnteresseerden en die vanaf de autosnelweg A7 is te zien.

De meest bekende bezienswaardigheden van Winschoten zijn de molens (de molens Berg, Dijkstra en Edens), die Winschoten zijn bijnaam  ‘Molenstad’ geven. Daarnaast zijn ook het stoomgemaal Winschoten en synagoge uit 1854 zeer de moeite van het bekijken waard.