Marum

Marum

Facebooktwittergoogle_pluspinterestFacebooktwittergoogle_pluspinterestby feather

Plaatsnaambord Marum 1068x360

De landelijke gemeente Marum, gelegen in het Zuidelijk-Westerkwartier op de grens van Friesland en Drenthe, heeft een boeiende geschiedenis. Uit de ruimtelijke structuur valt een lange bewoningsgeschiedenis af te lezen. De eerste bewoners vestigden zich op een zandrug, waarop de latere dorpen oudste dorpen Niebert, Nuis en Marum ontstonden. Nabij deze bewoningsas treft u een van Nederlands oudste kerkpaden, het Malijkerpad en het hieraan gelegen 14e-eeuwse Iwema Steenhuis, de laatste versterkte boerderij van Groningen. Verderop aan het voetpad ligt op de plaats waar ooit de Fossemaheerd stond, de Coendersborg.

 

Gelegen aan de rand van een uitgestrekt hoogveengebied bleef het gebied lang onaangetast. In dit niemandsland vestigden zich omstreeks 1210 de nonnen van het klooster Trimunt, nu nog herkenbaar aan het oneffen terrein aan weerszijden van de A7, herkenbaar aan de resten van de Duitse militaire stelling Löwe.

 

De grootschalige vervening van de Marumer en Lindster venen begon in de 16e eeuw op last van de jonkers van Ewsum, de bewoners van Nienoord te Midwolde. Ook had de stad Groningen een gedeelte van het veen in bezit. Ondanks de lange verveningsgeschiedenis bevond zich binnen de gemeente Marum tot ver in de 19e eeuw nog een groot areaal woeste gronden. De dorpen Jonkersvaart en De Wilp danken hun ontstaan aan deze vervening. Momenteel omvat de gemeente de dorpen Marum, Nuis, Niebert, Boerakker, Lucaswolde, Noordwijk, Jonkersvaart en De Wilp.

Naast het Museum ‘t Rieuw en het landgoed Coendersborg in Nuis, zijn ook het museum ‘t Steenhuis en de Korenmolen van Niebert de bekendste bezienswaardigheden van de gemeente Marum.